| Registreer | FAQ | Ledenlijst | Kalender | Zoeken | Berichten van vandaag | Markeer forums als gelezen |
| |||||||
| Hardware Junkies Problemen met je videokaart of wil je geluidskaart niet meewerken? Stel hier je vragen! |
![]() |
| | LinkBack | Discussietools |
| | #2 (permalink) |
| Geregistreerd: 27 november 2004
Berichten: 4.782
| ![]() Wat zijn zogenaamde form-factors, en wat is ATX, mATX en BTX ? Formfactors zijn vastgelegde afspraken over hoe bepaalde onderdelen van een PC ontworpen zijn. Voor behuizingen, moederborden en voedingen zijn ATX, microATX (ook wel: mATX) en BTX de belangrijkste. We zetten de verschillende formfactors kort op een rijtje: ATX ATX is op dit moment de meest gebruikte formfactor voor moederborden. In de definitie van de ATX standaard ligt bijvoorbeeld vast dat een full size ATX moederbord 30,5 bij 24,4 centimeter meet. Deze afmetingen zijn zo gekozen dat een ATX behuizing ook micro-ATX moederborden kan huisvesten, die moederborden zijn iets korter, maar de meeste bevestigingspunten liggen identiek. De ATX formfactor bepaalt dat een full size ATX moederbord plaats biedt aan 7 slots voor insteekkaarten, waarbij elke combinatie tussen PCI, ISA, AGP etc. mogelijk is. Verder heeft een moederbordfabrikant relatief veel vrijheid in het plaatsen van componenten, de ATX standaard geeft weliswaar suggesties voor de locatie van bepaalde componenten, deze zijn niet verplicht. In de ATX 2.1 standaard ligt verder een scala aan afspraken vast over voedingsstekkers en pinouts, deze zijn in de ATX 2.2 standaard enigszins aangepast. De ATX 2.2 standaard beschrijft bijvoorbeeld een 24-pins ATX-stekker, waar de 2.1 standaard nog een 20 pins exemplaar definieerde. Voordelen + Zeer gangbaar + Veel uitbreidingsslots beschikbaar Nadelen - Niet optimaal qua koeling De complete specificatie van de ATX 2.2 formfactor vind je hier. ![]() Een full-size ATX behuizing, met 7 uitbreidingsslots microATX microATX is een doorontwikkeling van de ATX-standaard, oorspronkelijk bedoeld om kosten te besparen. Die besparing is mogelijk omdat er op deze moederborden (die een stuk kleiner zijn dan full size ATX moederborden) minder componenten aanwezig zijn. Zo is er op een microATX moederbord slechts een viertal uitbreidingsslots aanwezig. Een microATX moederbord mag maximaal 24,4 bij 24,4 centimeter zijn, dezelfde breedte als een ATX moederbord dus, maar wel een flink stuk korter. Het grote voordeel van microATX is dit deze moederborden in een veel kleinere behuizing passen, terwijl er toch volledige functionaliteit beschikbaar is. Prima geschikt voor HTPC's bijvoorbeeld. De microATX standaard versie 1.2 beschrijft overigens, net als de ATX2.1 standaard een 24 pins powerconnector, waar de eerste versie van microATX een 20 pins exemplaar voorschreef. Voordelen + Afgestemd op ATX, dus ook prima gangbaar + Lagere kosten, door ontbreken aantal componenten + Kleinere behuizing nodig Nadelen - Minder uitbreidingsslots beschikbaar - Niet optimaal qua koeling De complete specificatie van de mATX 1.2 formfactor vind je hier. ![]() Een microATX behuizing, met slechts 4 uitbreidingsslots BTX In de loop van de tijd is toch wel gebleken dat ATX lang niet optimaal was qua ontwerp. In de BTX-standaard moeten deze onvolkomenheden opgelost zijn. BTX biedt meer mogelijkheden op het gebied van 'thermal management', koeling dus, en verder ook op het gebied van geluidsproductie en systeemprestaties. Bovendien is tijdens de ontwikkeling van de BTX-standaard met alle moderne technologieen zoals S-ATA, USB 2.0 en PCI Express rekening gehouden. Op het gebied van airflow is BTX een sprong voorwaarts, de ontwerprichtlijnen zijn zodanig dat zoveel mogelijk componenten in één keer gekoeld kunnen worden, zodat er minder casefans nodig zijn, en zo een stiller systeem gebouwd kan worden. Belangrijkste en meest zichtbare verandering is wel dat het moederbord nu links in de kast hangt, zodat een eventueel window in de behuizing altijd rechts zou komen. Afmetingen (breedte): picoBTX: 20,3 x 26,7 cm nanoBTX: 22,4 x 26,7 cm microBTX: 26,4 x 26,7 cm BTX: 33,5 x 26,7 cm Voordelen + Geheel nieuw ontwerp wat rekening houdt met de nieuwste technieken + Verbeterde koelingsopties Nadelen - Nieuwe standaard vergt wat investeringen De complete specificatie van de BTX formfactor vind je hier. Waar moet ik op letten met betrekking tot airflow ? Zeker bij moderne systemen is het van belang te letten op de mogelijkheden die een behuizing biedt voor koeling. Een goede behuizing biedt minimaal in het front en in de achterzijde plaats voor een casefan. Een intakefan hoort zo laag mogelijk in de behuizing te zitten, terwijl een outtakefan bij voorkeur zo hoog mogelijk zit. De praktijk wijst uit dat een ideale airflow ontstaat bij het gebruik van één of meer intakefans in het front van de pc, een outtakefan onder de voeding (dus in de achterzijde) en één outtakefan in de bovenzijde van de behuizing. Maar er zijn ook andere plaatsen mogelijk voor de casefans, bijvoorbeeld in één van de zijpanelen. Let ook op de maat van de casefans: sommige kasten bieden ondersteuning voor meerdere maten, sommige kasten slechts voor één afmeting. Voor de fans geldt: groter is beter, maar de meest gangbare maten zijn 80 millimeter en 120 millimeter. Interne bays, externe bays, hoe zit dat nu ? Bij de specificaties van een behuizing kun je soms tegenkomen dat er gesproken wordt over interne 3,5 inch bays, en externe, en dat geldt ook voor 5.25 inch bays. Vanwaar deze verwarrende informatie, en hoe zit dat nu precies ? Het antwoord is eenvoudig: Is een bays van buitenaf bereikbaar dan wordt het een externe bay genoemd, gaat het om een bay die niet van buitenaf te bereiken is dat spreekt men van een interne bay. Tegenwoordig beschikken behuizingen vaak over erg veel drivebays, terwijl er soms maar 4 of 5 te gebruiken zijn voor optische drives, en voor floppydrives is in sommige gevallen maar 1 van de 3.5” slots geschikt. Voor optische drives en floppydrives heb je dus altijd een zogenaamde externe bay nodig, terwijl harddisks ook in een intern exemplaar geplaatst kunnen worden. ![]() Het moederbord is zoals de naam al zegt de moeder van de pc. Het moederbord maakt de samenwerking van onder anderen de processor en het geheugen mogelijk maar ook het aan en uitzetten wordt op het moederbord geregeld. Het belangrijkste gedeelte op het moederbord is de chipset ervan. Als je de processor als brein van je pc ziet kun je de chipset als hart zien. De chipset zorgt voor de onderlinge communicatie zoals hiervoor beschreven. Chipset Zoals je net hebt kunnen lezen is de chipset wel het belangrijkste gedeelte van het moederbord. De chipset bepaalt mede welke processor je kunt gebruiken en welk geheugen geschikt is. Er zijn verschillende producenten die chipsets maken maar de grootste zijn toch wel nVidia, VIA en Intel. De chipset op een moederbord bestaat vaak uit 2 componenten, namelijk de Northbridge en de Southbridge. De Northbridge is verantwoordelijk voor het verkeer tussen de processor, het geheugen, en de videokaart. De Southbridge zorgt voor de aansturing van de harddisks, diskette stations, toetsenbord, andere USB apparaten en de PCI sloten. ![]() De northbridge op een Asus P4P800S moederbord Aansluitingen Wat voor aansluitingen kun je allemaal tegenkomen op een moederbord? Socket Dit is de plaats waar je de processor in moet plaatsen. Het type processor dat je kunt gebruiken is afhankelijk van de socket op je moederbord. Veel gebruikte sockets op dit moment zijn: Socket 478, 775 (beiden Intel) en socket 754, 939 en 940 (allen AMD). Het type nummer van de socket geeft aan hoeveel pootjes een de processor bezit, hoewel er uitzonderingen op deze regel bestaan. ![]() De socket voor de processor (Socket 47 ![]() RAM Dit zijn de aansluitingen voor het geheugen. Ook hier zijn weer tal van verschillende aansluitingen mogelijk maar op dit moment zijn de meest gebruikte geheugentypes DDR en DDR2. DDR2 is de opvolger van DDR en is een heel stuk sneller geworden. Snelheden van geheugens worden aangeven als: PC3200 of 400Mhz. ![]() 2 slots voor DDR geheugen S-ATA/IDE De aansluitingen voor de harde schijven. Sommige moederborden hebben hierbij ook nog een raid controller. Deze zorgt ervoor dat je de harde schijven in raid 0 of 1 kunt draaien. Hierover kun je in het gedeelte Wat is RAID, en hoe werkt het? meer lezen. ![]() 1 (blauwe) IDE-aansluiting PCI Deze aansluitingen zijn voor uitbreidingskaarten zoals USB, LAN en geluidskaarten. Hoewel PCI intussen feitelijk achterhaald is door PCI-express zal het nog lang duren voor PCI-e de macht geheel heeft overgenomen. Zie voor meer informatie over PCI ook het gedeelte over videokaarten: PCI ![]() 3 PCI-slots AGP AGP was voorheen de opvolger van PCI voor wat betreft videokaarten maar ook hier is PCI-express de heersende macht. Aangezien AGP alleen bedoeld was voor videokaarten brokkelt het marktaandeel van AGP sneller af dan dat van PCI. Zie voor meer informatie over AGP ook het gedeelte over videokaarten: AGP ![]() 1 (bruin) AGP-slot PCI-e PCI-express is de nieuwste standaard op het gebied van insteekkaarten. Er zijn verschillende PCI-e slots, met elk hun eigen snelheid. PCI-express wordt op dit moment het meeste gebruikt voor videokaarten, maar in principe is PCI-e geschikt voor alle soorten uitbreidingskaarten. Zie voor meer informatie over PCI-e ook het gedeelte over videokaarten: PCI-e I/O panel: Hierop bevinden zich de standaard aansluitingen van een moederbord. Vaak zijn dat een PS/2 aansluiting voor toetsenbord en muis, seriële poort, parallelle poort, en USB, al naar gelang het moederbord aangevuld met LAN en VGA (vide .![]() Het I/O panel van een moederbord ![]() Bij een processor zijn een aantal kenmerken belangrijk. Socket Als eerste de zogenaamde socket. Een processor heeft een bepaalde indeling qua pinnetjes, en je moederbord heeft een plaatsje voor een processor met een bepaalde indeling. Een socket wordt beschreven in afspraken die hardwarefabrikanten maken, zogenoemde standaarden. Elke afzondelijke indeling is één socket. Processoren voor een bepaalde socket hebben dus allemaal dezelfde indeling, en zijn dan ook uitwisselbaar. ![]() Een Intel Pentium 4 2,8 GHz (Northwood) Lijst van sockets: Amd Amd Athlon = Socket 462 (*1) Amd Xp-M = Socket 462 Amd Duron = Socket 462 Amd Sempron tm 2800+ = Socket 462 Amd Sempron vanaf 2800+ = Socket 754 Amd 64 = Socket 754/939/AM2 Amd Fx 51/53 = Socket 939/940 Amd Fx 55/57 = Socket 939 Amd Athlon64 X2 = Socket 939 Amd Opteron = 940 *1 Socket 462 = Socket A Intel Intel Celeron (D) = Socket 478 Intel Celeron D xxxJ= Socket 775 Pentium 4 = Socket 478 / Socket 775LGA Pentium 4 EE = Socket 478/775 Pentium M = Socket Micro-FCPGA Pentium 3 = Socket 370 / Slot 1 Intel Xeon = Socket 603/604 Intel Xeon M = Socket 604 Pentium 2 = Slot 1 Pentium 1 = Socket 7 ![]() Het RAM-geheugen. RAM staat voor Random Access Memory. Op het moederbord zijn altijd een aantal sleuven aanwezig waarin RAM-modules geplaatst kunnen worden. Een computer werkt met enen en nullen, digitaal. Geheugen slaat simpelweg enen en nullen op. Het geheugen is opgedeeld in adressen. Hierdoor kan het door opvragen van deze adressen de inhoud weer worden uitgelezen. Het RAM-geheugen is vele malen sneller dan de harddisk, en wordt voornamelijk gebruikt als werkruimte voor je PC. Programma’s worden in het RAM geladen. Mocht het RAM niet genoeg ruimte bieden dan spreekt de computer je harddisk aan als alternatief. Dit is echter niet bevorderlijk voor de snelheid. Het RAM geheugen kun je zien als de opslagruimte van de processor (naast het cache geheugen). ![]() 512 MB DDR400 Wat betekenen al die termen ? DDR Double Data Rate. Een techniek waarbij per hele kloktik twee maal zoveel data kan worden getransporteerd; op zowel de op- als neergaande klokflank wordt een bit vervoerd. Wordt toegepast voor DDR-SDRAM maar ook voor RDRAM. DIMM Dual Inline Memory Module. Aan allebei de kanten van het printplaatje zitten pinnen Verkrijgbaar in twee soorten, met 168 en 184 pinnen, beide voorzien van een 64/72bits databreedte. De 168pins DIMM’s zijn te krijgen met FPM- EDO- en (VC- en E-) SDRAM chips in vele verschillende maten (van 16MB tot 1GB). De 184pins uitvoering wordt gebruikt voor de DDR-SDRAM modules. Deze laatste is verkrijgbaar in 128MB t/m 2GB uitvoering. ECC Error Checking & Correcting . Dit is een functie waarmee foutieve bits kunnen worden hersteld. Door omstandigheden kan de inhoud van een geheugencel corrupt raken (dan treedt een zogenaamde Soft Error op). Het corrupt raken van een bit kan vervelende gevolgen hebben voor de werking van een computer. Geheugen met ECC functie heeft een extra geheugenchip en elke databyte (8bits) die wordt opgeslagen krijgt een pariteitsbit mee die in de extra geheugenchip wordt opgeslagen. Bij het opvragen van data wordt door middel van een snel algoritme aan de hand van het pariteitsbit gecontroleerd of alle bits in de byte onbeschadigd zijn. Klopt er iets niet dan wordt het bit hersteld voor het naar de processor verstuurd wordt. Volgens een technische studie ontstaat op een 16MB DIMM slechts één maal in de 16 jaar een Soft error. Dit betekend dat in een 256MB DIMM elk jaar een Soft error voorkomt. Je kunt je voorstellen dat in een kritieke bedrijfsserver met meerdere gigabytes aan ram het aantal soft errors per jaar behoorlijk kan oplopen, vandaar dat daar ten alle tijde ECC wordt gebruikt. Snelheden en benamingen: ![]() ![]() Onboard geluidskaarten Tegenwoordig hebben (vrijwel) alle moederborden een prima onboard geluidskaart. Dit houdt in dat je dus gewoon je speakers kunt aansluiten op je moederbord zonder een extra geluidskaart in te steken. Onboard geluidskaarten zijn tegenwoordig zo goed ontwikkeld dat er eigenlijk geen aparte geluidskaart nodig is. Deze geluids-chip’s worden Audio Processing Unit (afgekort APU) genoemd. Voordelen + Bespaart veel geld. + Je hoeft geen extra kaart aan te schaffen. + Je houdt een PCI slot vrij. Nadelen - Geluid is minder goed dan met een losse geluidskaart. - Beperkt aantal mogelijkheden. ![]() Het gedeelte van een moederbord met de onboard geluidskaart Interne geluidskaarten Een interne geluidskaart is een aparte (meestal PCI) kaart waar je je speakers op aansluit. Aangezien deze veel uitgebreider zijn is het geluid natuurlijk vaak beter dan het geluid wat een onboard geluidskaart produceert. Voordelen + Geluid is vaak beter. + Meer mogelijkheden. Nadelen - Je moet vaak een dure kaart kopen. - Neemt een PCI slot in beslag. Externe geluidskaarten Naast de interne geluidskaarten zijn er ook externe geluidskaarten gebaseerd op USB en Firewire. Maar ook zijn ze verkrijgbaar voor mensen die veel achter hun notebook zitten, dan zijn het vaak PCMCIA-kaarten. Beide varianten plug je gewoon in je desbetreffende poort en je plugt de kabeltjes van je speakers in je externe geluidskaart, en je kunt genieten van heerlijke muziek! Voordelen + Een goede optie voor mensen die op een notebook werken. + Onderweg van goed kwalitatief geluid genieten. Nadelen - Zijn vaak fors duurder Aansluitingen Op een geluidskaart zit een aantal aansluitingen. Hier is een overzicht: Groen: Uitgang voor de speakers. Roze: Ingang voor de microfoon. Blauw: Ingang voor Line-in. Zwart: Voor de speakers die achter je staan als je een surround speakerset hebt. Oranje: Voor de center speakers en subwoofer. Overigens is het mogelijk dat bepaalde geluidkaarten van deze indeling afwijken. Zie hiervoor de handleiding van je geluidskaart. De laatste twee aansluitingen (dus zwart en oranje) zul je alleen tegenkomen op 5.1 en/of 7.1 geluidskaarten. En bij een 7.1 geluidskaart zit er nog een extra zwarte aansluiting voor de twee extra speakers die een 7.1 setje met zich meebrengt. Ook zul je vaak een zul je een 15-polige joystick aansluiting vinden op een geluidskaart. ![]() De aansluitingen van een interne geluidskaart |
| |
| | #3 (permalink) |
| Geregistreerd: 27 november 2004
Berichten: 4.782
| ![]() Aansluitmogelijkheden PCI Voor videokaarten is PCI (Peripheral Component Interconnect) al een tijd uit de gratie geraakt, hoewel het nog af en toe gebruikt wordt, en er zijn nog relatief recente videokaarten verkrijgbaar voor PCI. Overigens moet PCI niet verward worden met PCI-express, wat iets geheel anders is. Hierover later meer. PCI-slots worden nog wel veelvuldig gebruikt om andere insteekkaarten aan te sluiten. Elk modern moederbord is voorzien van een aantal PCI-slots. Alle PCI sloten gezamenlijk hebben één verbinding naar de processor en naar het geheugen. De bandbreedte van deze verbinding, die de PCI-bus genoemd wordt, is 133 MB per seconde. De PCI-bus werkt op 33 MHz. ![]() Een videokaart met PCI-aansluiting AGP Na PCI was het aan AGP (Accelerated Graphics Port) voor wat betreft het aansluiten van videokaarten. Met de komst van AGP was er sprake van een flinke verbetering, aangezien de AGP poort een geheel eigen bus heeft richting processor en geheugen. Deze werkt niet alleen twee maal zo snel als de PCI-bus (66 MB per seconde voor AGP, tegen 33 voor PCI), deze bus is geheel gereserveerd voor het AGP-slot. De bandbreedte van AGP is bij AGP8x ruim 2 gigabyte per seconde, geen overbodige luxe voor de steeds zwaarder wordende spellen. maar op een zeker moment was ook bij AGP de grens bereikt, en betrad PCI-express de markt. De meest nieuwe videokaarten komen op dit moment al niet meer uit voor AGP, en de videokaarten die nu voor AGP gemaakt wordt zijn veelal aangepaste PCI-expresskaarten, die met extra logica geschikt gemaakt zijn voor gebruik in een AGP-slot. ![]() Een videokaart met AGP-aansluiting PCI-e Met de komst van PCI-e (Peripheral Component Interconnect Express) werd afgestapt van een beproefd concept. De AGP-bus en PCI-bus waren allebei parallel, terwijl de PCI-express-bus een seriële bus is. Er zijn verschillende PCI-e slots, met verschillende aansluitingen, en verschillende specificaties. Voor videokaarten is vooral het PCI-express x16 van belang. Langzaamaan verdringt PCI-express AGP van de markt. De bandbreedte van een PCI-e x16 slot is 4 GB per seconde, in twee richtingen, ruim twee keer zo veel als de bandbreedte van AGP8x dus. Op dit moment kunnen we stellen dat PCI-express de standaard is op het gebied van videokaarten. AGP heeft nog een groot stuk marktaandeel, maar is aan de verliezende hand. ![]() Een videokaart met PCI-express-aansluiting Meer videokaarten in een systeem nVidia SLI / ATI Crossfire De SLI- opstelling is ontwikkeld door de producent van grafische kaarten Nvidia. Daaronder verstaan we het samenwerken van 2 grafische kaarten op een (SLI-compatible) moederbord. Voordeel hiervan is dat de grafische rekenkracht theoretisch verdubbeld wordt, de praktijk wijst uit dat een prestatieverbetering van 100% niet gehaald wordt. Nadeel van SLI is dat je twee videokaarten moet aanschaffen, een compatible moederbord, en een voeding die het geheel van voldoende stroom kan voorzien. ATI Crossfire werkt op een andere manier, maar het doel is hetzelfde: twee videokaarten laten samenwerken om de grafische rekenkracht te verhogen. Dezelfde voor- en nadelen zijn dan ook van toepassing. Als kanttekening bij SLI en Crossfire willen we opmerken dat deze technieken alleen aan te raden zijn als je het maximale uit je PC wilt halen, tegen elke prijs. In de praktijk is de prijs/prestatieverhouding van een systeem met een enkele videokaart vaak beter. Beeldverbetering FSAA: Anti Aliasing FSAA staat voor Full Screen Anti Aliasing, Anti Aliasing is een techniek die een videokaart toepast om randen van objecten tijdens een game mooi recht te maken. Bij Anti Aliasing worden pixels die zich aan de rand van een object bevinden gemengd met die ernaast. zodat de welbekende kartelrandjes weggewerkt worden. Anti Aliasing kun je in verschillende sterktes toepassen, je kunt vaak kiezen tussen 2x, 4x, 6x. Het inschakelen van anti-aliasing vraagt wel flink wat rekenkracht van je videokaart. AF: Anisotropic Filtering Anisotropic Filtering (afgekort: AF) is een complexe techniek die ondersteund wordt door moderne grafische kaarten. Hierbij worden de textures en pixels van bijvoorbeeld een game duidelijker en scherper op het beeldscherm weergegeven, met name vlakken die ver weg liggen, en niet evenwijdig aan het gezichtspunt profiteren van deze techniek. Video-uitgangen VGA Ondanks dat VGA al een oude standaard is (geïntroduceerd in 1987 door IBM) is VGA nog steeds een veelgebruikte standaard om het beeldsignaal van videokaart naar beeldscherm te transporteren. VGA werkt met een analoog signaal en zodoende kan er onder bepaalde omstandigheden kwaliteitsverlies optreden. ![]() VGA-aansluiting op een videokaart DVI DVI is de rijzende ster als het om videoaansluitingen gaat. DVI staat voor Digital Visual Interface, en is zoals de naam al doet vermoeden digitaal, in tegenstelling tot VGA. Daardoor is het signaal stabieler en kan een betere beeldkwaliteit gegarandeerd worden. ![]() DVI-aansluiting op een videokaart Mocht je een videokaart hebben met een DVI aansluiting en een beeldscherm met VGA aansluiting, geen nood. Er zijn eenvoudige verloopstekkertjes verkrijgbaar. Aangezien de videokaart kan signaleren wat voor monitor aangesloten is (digitaal of analoog) kan deze ook automatisch het juiste signaal versturen. ![]() Verloopstekkertje van DVI naar VGA Prestaties De GPU is de eigen processor van de videokaart. Hoe sneller deze processor is des te beter de prestaties van de videokaart zullen zijn. Dat gaat niet zonder meer op, er zijn meer onderdelen die de prestaties van je videokaart beïnvloeden. Een andere belangrijke factor is de hoeveelheid geheugen, en de snelheid van het gebruikte geheugen. Voor moderne spellen is 256 mb al geen overbodige luxe meer. ![]() De core van een videokaart (midden) en het geheugen (boven en rechts) ![]() Hoe werkt een harde schijf De harde schijf is één van de meest essentiele onderdelen van je pc, verantwoordelijk voor de opslag van je data, en voor de aanvulling van het RAM-geheugen. Linux doet dit a.d.h.v een speciale swap-partitie, terwijl Windows een "pagefile" aanmaakt. Een harddisk bestaat uit één of meer stevige, niet-flexibele ronde platen gecoat met een magnetiseerbare laag, de zogenaamde platters. De informatie wordt met schrijf- en leeskoppen op de schijf gezet en weer teruggelezen. De platters draaien meestal tussen de 4200 en de 7200RPM. Er bestaan ook versies met 10000RPM, maar hiervoor moet je wel veel dieper in je portemonnee tasten. De cache van een HDD is een deeltje geheugen dat er voor zorgt dat informatie die voor de tweede keer wordt opgevraagd razendsnel beschikbaar is. 8 en 16mb zijn hierin de meest voorkomende hoeveelheden. De opslagcapaciteit van harde schijven is de laatste decennia enorm toegenomen. Was in de begintijd een capaciteit van 10 MB heel normaal, nu zijn er schijven met een capaciteit van 500 GB en meer. Interfaces IDE / SATA / SCSI De meest gebruikte manieren om een harde schijf met je moederbord te verbinden zijn ATA(IDE), Serial ATA en SCSI. Er zijn ook losse externe harde schijven, die worden aangesloten op USB-poort {insert link} of op de Firewire-poort {insert link} (ook wel iLINK of IEEE 1394 genoemd). Ook heeft S-ATA (Serial ATA) een mogelijkheid om schijven extern aan te sluiten. IDE ![]() Integrated Drive Electronics of kortweg IDE is een veelgebruikte interface die de communicatie tussen het moederbord van een computer en schijfstations mogelijk maakt. Deze interface gebruikt men niet alleen bij harde schijven, maar ook bij optische stations. De standaard die met IDE overeenkomt, heet ATA ofwel Advanced Technology Attachment. Men gebruikt ook wel eens de benaming 'PATA', waarin de P staat voor parallel. De maximale doorvoersnelheid van IDE bedraagt zo'n 133 MB/sec maar dat hangt af van welke ATA standaard je moederbord en harddisk gebruik maken. Er zijn (onder andere) ATA33, ATA66, ATA100 en ATA133. De verbinding tussen je drive en je moederbord wordt gemaakt door 40- of 80-pin IDE-kabels. Bij een 40-pins kabel valt de overdrachtsnelheid terug naar 33 MB per seconde, wat de snelheid is van ATA33. Wil je hogere snelheden bereiken, gebruik dan 80-aderige kabels. IDE-kabels kan je naar believen inkorten, meer uitleg hierover vind je in onze tutorial. Bij het aansluiten van je IDE-kabel moet je trouwens rekening houden met de Slave/Master settings. De connector die het dichtst bij je moederbord zit is je slave. Je moet dan het jumpertje van je drive op slave zetten. De precieze locatie staat aangegeven op de drive zelf. Mocht je een Western Digital harddisk bezitten dan is er bovendien op de website van Western Digital een handige tool te vinden, die helderheid biedt over jumpersettings. De maximale doorvoorsnelheden op een rijtje: ATA33 - 33.3 MB/s ATA66 - 66.6 MB/s ATA100 - 100 MB/s ATA133 - 133 MB/s Voordelen + Nog steeds zeer gangbaar Nadelen - 133 MB/s wordt stilaan wat aan de trage kant - Brede kabels (maar wel goed weg te werken) - Master/Slave-onderscheid S-ATA ![]() Serial ATA (ook SATA of S-ATA) is een interface ontworpen voor het doorvoeren van gegevens tussen de computer en de harde schijf en opvolger van de parallel ATA (Advanced Technology Attachment) of IDE-interface. Nieuw aan deze interface, in vergelijking met IDE, is de snellere doorvoersnelheid en de kleinere connector. De SATA-interface kent 2 generaties. De eerste generatie (SATA150) werkt met een maximale doorvoersnelheid van 150 MB/sec. In 2004 werd een nieuwe generatie (SATA II) ontwikkeld die de doorvoersnelheid verhoogde tot maximaal 300 MB/sec. Men verwacht rond 2007 een nieuwe generatie die de maximale doorvoersnelheid verhoogt tot 600 MB/sec. Hoewel SATA300 een tweemaal zo grote bandbreedte heeft is het niet zo dat de prestaties ook precies 2 maal zo hoog liggen. In de praktijk maakt het nog niet zo veel verschil aangezien er andere beperkende factoren meespelen. Serial ATA gebruikt dunnere kabels dan de flatcables van parallel ATA, waardoor er meer ruimte is in de computerkast. Hierdoor is een betere koeling mogelijk. De kabels kunnen niet omgekeerd worden aangesloten, zoals dat bij veel vooral oudere IDE kabels het geval was. Verder is er niet meer sprake van een gedeelde bus zoals bij IDE, waardoor er geen onderscheid meer is tussen master en slave disks. Tevens gebruiken SATA-drives een andere stroomtoevoer. Een eerder platte connector met 15 pins. Mocht je voeding niet beschikken over deze connectors, dan kan je een Molex-SATA Power adapter kabel aanschaffen. Voordelen + Hogere doorvoersnelheid + Dunnere kabels + Kleinere connectors + Geen Slave/Master-onderscheid Nadelen - Andere voedingsconnector, niet aanwezig op oudere voedingen SCSI ![]() SCSI betekent Small Computer System Interface en wordt uitgesproken als "skoezie". Dit is een controller-technologie die vooral gebruikt wordt om harde schijven en randapparaten zoals cd-rom-spelers en tapestreamers te koppelen op servers. De SCSI-bus en SCSI-schijven worden vooral gebruikt op de wat zwaardere computers, zoals werkstations, servers en minicomputers. SCSI-schijven hebben tegenwoordig toerentallen tot 15000RPM. Omdat de SCSI-bus niet bezet blijft terwijl een schijf bezig is met een zoekactie (in tegenstelling tot IDE) kan een systeem met meerdere SCSI-aansluitingen zeer hoge doorvoersnelheden halen. De interface bevat een parallele databus die 8 of in latere uitvoeringen 16 bits breed is. De 8-bitsuitvoeringen gebruiken 50-aderige kabels, voor 16 bits zijn dit 68 aders. Er zijn 3 respectievelijk 4 adreslijnen zodat 8 of 16 adressen voor de nummering van de aangesloten apparaten gebruikt kunnen worden. Eén adres is echter altijd in gebruik door de controller. De databus moet aan beide uiteinden afgesloten worden met een set afsluitweerstanden (terminator). Voor de "LVD" (Low Voltage Differential) uitvoeringen is deze afsluiting actief uitgevoerd, hiermee kan de bruikbare buslengte aanmerkelijk vergroot worden. Van de 16 bitsuitvoering is ook een "hot pluggable" uitvoering beschikbaar. Deze gebruikt een 80 pinsaansluiting (SCA), waarin ook de voeding van de schijf meegenomen is. Deze laatste wordt veel toegepast in RAID-configuraties waarbij schijven verwisseld kunnen worden zonder dat het systeem uit de lucht gaat. De laatste incarnatie van SCSI is Serial Attached SCSI (SAS), waarmee de gegevens serieel vervoerd worden. Voordelen + Snelle doorvoersnelheid Nadelen - Signaalverlies - Terminaten v/d kabel - Stervensduur Wat is RAID, en hoe werkt het ? RAID betekent Redundant array of independent disks. Het idee van RAID is om meerdere vaste schijven samen te laten werken aan een bepaald doel, zoals het vormen van één grote schijf uit meerdere kleine schijven of het bijhouden van een gespiegelde schijf (exacte kopie van een andere disk). Meestal is het doel om een fouttolerant systeem te maken (bestanden crashveilig bewaren). Er zijn verschillende vormen van RAID, aangeduid met niveaunummers, die ook nog eens elk een naam hebben. Raid kan zowel softwarematig gedraaid worden als hardwarematig. Waarbij hardware matig het veiligst is omdat de array instellingen in een bios worden opgeslagen, en met een software matige raid wordt het onder Windows opgeslagen. Als dan je Windows er mee ophoudt ben je de raid set kwijt. De meest populaire zijn RAID-0, 1 en 5. RAID-2,3 en 4 worden bijna niet meer gebruikt omdat RAID-5 simpelweg de opvolger is, en net iets efficiënter is. RAID-6 is weer weinig gebruikt omdat RAID-5 al veilig genoeg is, en de varianten 7, 10 en 53 zijn veel te duur. In deze behandelen we om bovenstaande reden alleen RAID-0, 1 en 5 RAID-0: Disk Striping Disk Striping is het bundelen van meerdere schijven om één grote partitie te vormen. Je hebt hierbij dus minstens 2 schijven nodig, en het maximum hiervoor is 32 schijven. Alle data wordt in blokjes van 64KB gehakt en over meerdere schijven, volgens een vaste volgorde weg geschreven. Dit verdelen heet Interleaving. Voordelen - Je kunt (als je veel schijven hebt) zorgen dat je binnen de schijfletter limiet blijft in Windows (schijf C t/m Z). - Snelheids winst doordat de data verdeeld wordt over de schijven Nadelen - Als één schijf stuk gaat, is de hele set verloren, dus alle data kwijt ![]() RAID-1: Disk Mirroring / Duplexing Disk Mirroring is het bijhouden van een exacte kopie van een andere schijf. Hierdoor raak je je data niet kwijt als één van de twee crasht. Disk Duplexing heeft, als verschil met Mirroring, een tweede harddiskcontroller die de mirror bijhoudt. Voor dit systeem heb je 2 schijven nodig. Voordelen - Data is veilig tegen harde schijf crashes. Nadelen - Je moet een extra schijf kopen waar de kopie op komt waardoor je 50% ruimte eigenlijk weggooit. - Is vaak software gestuurd, en dus CPU intensief ![]() RAID-5: Disk stripe met pariteit Stripe met pariteit heeft als nieuwe voordeel dat je niet een aparte pariteitschijf hoeft aan te wijzen, omdat RAID-5 de pariteit data gelijkmatig over alle schijven verdeelt. Dit systeem kan met minimaal 3, en maximaal 32 schijven De Pariteit data wordt gebruikt om de data weer uit te kunnen rekenen als één van de schijven het laat afweten. Voordelen - Data is veilig. - Geen aparte pariteitsschijf meer. Nadelen - Lastig om de array weer goed te laten werken na crash ![]() ![]() CD Als opvolger van de aloude diskette werd al in het 386-tijdperk de CD-ROM drive geintroduceerd. Een CD bevatte destijds maximaal 650 megabyte, een hele verbetering ten opzichte van de 1,44MB die een 3,5" diskette bood. Het grote nadeel van de CD-ROM was dat ze alleen gelezen konden worden, en niet beschreven. Daar kwam met de introductie van CD-branders verandering in, er kwam toen CD-R (eenmalig beschrijfbaar) en CD-RW (meer malen beschrijfbaar). CD's worden nog steeds veel gebruikt, hoewel de DVD flink aan de poten van de CD zaagt. Tegenwoordig bieden CD's standaard 700 MB opslagruimte. De eerste CD-rom drives werkten op 1 of 2 speed. 1 speed staat voor een overdracht van 0,15 mb per seconde, en dan is het ook niet meer moeilijk in te vullen welke overdrachtssnelheden andere speeds behalen: 1x = 0,15 MB/sec 4x = 0,6 MB/sec 8x = 1,2 MB/sec 10x = 1,5 MB/sec 20x = 3,0 MB/sec 40x = 6,0 MB/sec 48x = 7,2 MB/sec 52x = 7,8 MB/sec DVD Al in de vroege jaren 90 werd een opvolger van de CD ontwikkeld, de DVD. De meest gangbare DVD bood toen 4,7 gigabyte aan opslag. Beschrijfbare DVD's Naast de niet te beschrijven DVD-ROM zijn er heel wat verschillende soorten van beschrijfbare DVD's: DVD-RAM DVD-RAM is een vrij dure en niet erg gangbare variant, lang niet alle DVD-spelers kunnen met DVD-RAM overweg, en door de prijs van de schijfjes zijn er betere alternatieven. DVD+R / DVD+RW De eenmalig te beschijven DVD+R en meermalig te beschrijven DVD+RW zijn op dit moment de meestgebruikte DVD's. DVD+R(W) is technisch iets verder ontwikkeld dan DVD-R(W), maar daardoor ook iets complexer wat zich uit in de prijs. DVD-R / DVD-RW Waar DVD+R het voordeel had technisch beter te zijn heeft DVD-R het prijsvoordeel aan zijn zijde. Overigens zijn er veel DVD-spelers die met zowel +R als -R om kunnen gaan. Capaciteit van DVD's Voor sommige doeleinden bleek 4,7 GB nog niet genoeg, en dus werd er verder ontwikkeld. Inmiddels bestaan er een aantal varianten, ondermeer dubbelzijdige DVD's, dubbellaags DVD's, en zelfs dubbelzijdige DVD's met twee lagen per zijde. Voor de opslagcapaciteit betekent dit het volgende: Enkelzijdig, 1 x single layer: 4,7 GB Enkelzijdig, 1 x dual layer: 8,5 GB Dubbelzijdig, 2 x single layer: 9,4 GB Dubbelzijdig, 1 x single layer, 1 x dual layer: 13,3 GB Dubbelzijdig, 2 x dual layer: 17,1 GB ![]() Een CD-recordable (links) en een DVD+R gebroederlijk naast elkaar De opvolgers Mogelijke opvolgers van het DVD-formaat zijn Blu-ray en HD-DVD. CD-lezers gebruiken een rode laser met een golflengte van 780 nm en DVD-lezers gebruiken er een van 650 nm. Blu-ray daarentegen, maakt gebruik van een blauwe laser met een golflengte van 405 nm. Hierdoor is het mogelijk de putjes in de schijfjes kleiner te maken, en zo kan tot 25GB aan data op één schijfje worden opgeslagen. OOk bij HD-DVD wordt gebruikt gemaakt van een blauwe laser met een golflengte van 405 nm, maar HD-DVD's kunnen meerdere zijden en meerdere lagen bevatten. Op elke laag kan 15 GB worden opgeslagen, waardoor er tot 90 GB aan data op een HD DVD kan worden opgeslagen. Welke van deze twee opvolgers het gaat worden ? Dat is op het moment van schrijven (hartje zomer 2006) niet te zeggen. De tijd zal het leren. |
| |
| | #4 (permalink) |
| Geregistreerd: 27 november 2004
Berichten: 4.782
| ![]() Refreshrate De refreshrate geeft aan hoeveel maal per seconde een beeldscherm een nieuw beeld opbouwt. Minimale waarde is over het algemeen 60 Hz, maar voor langdurig gebruik wordt 72 Hz of hoger aangeraden. Vooral bij het gebruik van CRT-schermen met een lage refreshrate kunnen anders vermoeidheidsklachten optreden. Resolutie De resolutie van een scherm is het aantal pixels wat een scherm kan weergeven. Veel schermen werken in een 4:3 verhouding (bijvoorbeeld 1280x960), maar ook 5:4 is mogelijk (1280 x 1024). Breedbeeldschermen hebben nog weer een andere verhouding. Verschillende technieken CRT De eerste beeldschermen waren CRT schermen. CRT staat voor "Cathode Ray Tube". Vertaald in goed Nederlands: kathodestraalbuis. Die kathodestraalbuis is het belangrijkste deel van een CRT-scherm. De kathodestraalbuis zendt elektronen uit, en deze kunnen met spoelen gestuurd worden. Wanneer een elektron het oppervlak van de beeldbuis raakt licht deze op op de plaats waar de elektron aankomt. Dat kan omdat de beeldbuis op een speciale manier opgebouwd en voorbehandeld is. Deze techniek is in de loop der tijd steeds beter geworden, en zo zijn er ook CRT schermen die niet meer de kenmerkende bolling in de beeldbuis hebben. CRT-schermen zijn flink goedkoper dan TFT schermen, maar ze nemen meer ruimte in op je bureau, en zijn qua energieverbruik een stuk onzuiniger. Critici stellen dat de beeldkwaliteit van CRT-schermen nog altijd onovertroffen is, maar de ontwikkeling van TFT-schermen heeft ook zeker niet stil gestaan, en TFT is allang een waardige vervanger. Voordelen - Voordelig - Werkt op meerdere resoluties Nadelen - Onzuinig met energie - Vaak grote behuizingen ![]() Een 17 inch CRT scherm TFT TFT (Thin Film Transistor) schermen zijn platte beeldschermen die werken met een dunne laag vloeibare kristallen (Liquid Crystal Display, ofwel LCD). Deze kristallen zijn verdeeld in kleine vakjes die op hun beurt weer per 3 samengevat worden in een pixel. Zo'n 'vakje' heet een subpixel. Elke subpixel zorgt voor een kleur. Er is binnen een pixel een aparte subpixel voor rood, groen en blauw. Door de rode, de groene en de blauwe subpixel aan te passen kan je met elke pixel een groot aantal kleuren weergeven. TFT schermen zijn weliswaar prijziger dan CRT schermen, op termijn zorgt hun lagere energieverbruik ervoor dat ze zichzelf terugverdienen. Een TFT-scherm heeft altijd één resolutie waarop het het beste werkt, de zogenaamde native resolutie. Afwijken hiervan is mogelijk, maar zorgt voor kwaliteitsverlies van het beeld. Voordelen: - Energiezuiniger - Kleinere behuizing Nadelen: - duurder dan CRT - risico op dode of luie pixels ![]() Een TFT scherm ![]() Algemeen Wat een muis is hoeven we een CaseJunkie niet te vertellen, veel leuker om te weten is hoe een muis precies werkt, en welke verschillende soorten er zijn, en wat de voor- en nadelen hiervan zijn. PS2 versus USB Sommige muizen en toetsenborden kunnen zowel op USB als op de al veel langer bestaande PS2 poorten aangesloten worden. Welke keuze is dan het verstandigste ? In theorie heeft USB een grotere bandbreedte, maar of je het verschil zult merken is maar zeer de vraag. Zolang je van PS2 gebruik kunt maken is het een prima manier om 1 of 2 USB poorten vrij te houden. Anderzijds, je hoeft geen helderziende te zijn om te voorspellen dat USB waarschijnlijk veel langer gangbaar zal blijven dan PS2. Maar zo lang het nog op PS2 kan, waarom zou je het dan niet doen. Bij veel USB-muizen wordt overigens een verloopstekkertje van USB naar PS2 meegeleverd. ![]() De groene PS/2 aansluiting voor de muis DPI Elke muis heeft een DPI-waarde. Hoe meer DPI een muis heeft des te nauwkeuriger is de plaatsbepaling. Het aantal DPI staat voor het aantal Dots Per Inch (stipjes per 2,54 centimeter) wat de muis waarneemt. Omdat meer DPI zorgt voor meer nauwkeurigheid kiezen gamers vaak voor een muis met veel DPI, bijvoorbeeld 2000 DPI. Voor normaal gebruik is 800 DPI ruim voldoende. Draadloos Veel muizen werken niet meer met een draad, ze verzenden hun informatie draadloos naar een ontvanger. Dat kan op verschillende manieren. De eerste draadloze muizen verstuurden hun informatie van infrarood, een trage manier, die bovendien vereist dat muis en ontvanger elkaar kunnen 'zien'. De volgende stap was via radiofrequentie, met als voordeel dat de muis en ontvanger veel verder van elkaar af konden zijn, én niet direct in het zicht hoefden te liggen. De nieuwste technologie is een verbinding via Bluetooth. Een optische muis krijgt zijn stroom via een ingebouwde accu, of gewoon losse batterijen. Sommige muizen zijn in een oplaadstation op te laden, anderen moeten om de zoveel tijd voorzien worden van verse batterijen. Voordelen + Geen draden meer Nadelen - Batterijen - Oudere muizen minder nauwkeurig De werking van de muis Bal-muis In een ouderwetse muis met een balletje zit vrij weinig elektronica. Het rollende balletje zet twee asjes in beweging, één asje voor de links-rechts-beweging (de X-as) en één asje voor de omhoog-omlaag-beweging (de Y-as). Op de twee asjes zitten vaak wieltjes met kleine gaatjes. Voor zo'n wieltje zit een (vaak infrarode) lichtbron, en erachter een optische sensor. De signalen die deze optische sensors geven kunnen omgezet worden door de computer, en zo wordt de beweging van de muis berekend. ![]() De werking van de balmuis * De bal rolt over de ondergrond * De bal laat de X- en Y-as draaien * Sensoren nemen de draaiing van de asjes weer * De verplaatsing wordt berekend en aan de PC doorgegeven Optische muis Een optische muis werkt volgens een volslagen ander principe dan de bal-muis. Een optische muis is voorzien van een klein cameraatje, en een felle lichtbron (vrijwel altijd een rode led). Het cameraatje maakt om de zoveel tijd een fotootje van wat er zich onder de muis bevindt, en berekent zo hoe de muis verplaatst is. Een optische muis werkt niet op heel gladde ondergronden, omdat de camera dan te weinig verschil waarneemt, en dus niet goed kan zien of de muis verschoven is. ![]() Een optische muis Lasermuis De werking van de lasermuis is in grote lijnen hetzelfde als die van een optische muis, alleen is de led voor de verlichting vervangen door een laser. Lasermuizen zijn nog preciezer dan optische muizen. Alternatieven voor de muis TrackBall Een trackball lijkt qua vorm op een gewone muis, maar het verschil is dat bovenop een trackball een bal zit die met de hand bewogen kan worden. Aan de hand van de bewegingen van de bal verplaatst de cursor. Een andere variant is de trackball of rugmuis waarbij het rolletje bovenaan op de muis wordt geplaatst. Voordelen - Minder kans op RSI - Geen bewegingsvrijheid nodig - Vuil heeft minder kans Nadelen - Vergt gewenning - Duurder Touchpad In laptops wordt meestal een zogenaamd touch pad gebruikt als alternatief voor de muis. Dit is een plaatje midden-voor op de laptop dat vingerbewegingen registreert, waarmee de cursor kan worden bestuurd. Voordelen - Compact - Geen bewegingsvrijheid nodig - Hooliganproof Nadelen - Vaak minder nauwkeurig - Vergt (ook) gewenning ![]() Een touchpad op een laptop Andere Er zijn (met name in de strijd tegen RSI) heel wat alternatieven voor de muis ontwikkeld. Zo zijn er de penmuis (een drukgevoelige pen, met muisfunctie) Verder zijn er laserpointers die je op je hoofd kunt plaatsen, en zo je hoofdbewegingen volgen. En zo zijn er nog wel meer afwijkende concepten, die echter niet bedreigend zijn voor de gewone muis. ![]() Zonder muis kun je nog wel met een PC werken, hoewel het wat foefjes vereist. Zonder toetsenbord wordt nog een stuk lastiger, hoewel er in Windows XP natuurlijk de functie ‘schermtoetsenbord’ zit. Het toetsenbord is het belangrijkste invoerapparaat aan de pc. QWERTY of AZERTY ? Er zijn nogal wat verschillende toetsenbordindelingen, maar de twee bekendsten zijn de QWERTY en AZERTY indelingen. Voor de reden waarom er zulke schijnbaar willekeurige indelingen zijn gekozen moeten we terug de geschiedenis in. Vroeger, lang voor de computer bestond gebruikte men typemachines. Deze typemachines lieten bij elke toetsaanslag een hamertje met een letter tegen een inktlink en het papier slaan, zodat de inkt van het link op het papier terecht kwam. Nu wilde het wel eens gebeuren dat de hamertjes in elkaar verstrikt raakten, en om die kans zo klein mogelijk te maken verzon met een indeling waarbij het niet aannemelijk was dat de achter elkaar ingetoetste letters in elkaar verstrikt zouden raken. Achter de schijnbaar willekeurige indelingen zit dus wel degelijk een systeem. Overigens doen ook geruchten de ronde dat een typemachinefabrikant op de eerste rij alle letters van het woord TYPEWRITER verstopt zou hebben. Wat daar van waar is weet niemand zeker, maar feit is dat inderdaad alle letters van TYPEWRITER op de eerste rij toetsen terug te vinden is. De indeling van een QWERTY-toetsenbord ![]() De indeling van een AZERTY-toetsenbord ![]() Aansluitingen Net als bij aan het aansluiten van de muis kun je voor het aansluiten van je toetsenbord kiezen voor twee aansluitmogelijkheden: USB en PS2. Vroeger werd ook wel een DIN-plug gebruikt, maar deze grote connector wordt niet meer gebruikt hiervoor. De oudere PS/2 aansluiting is standaard nog aanwezig op moederborden, en zelfs bij USB-toetsenborden krijg je vaak nog een verloopstekkertje meegeleverd. De meeste hedendaagse toetsenborden zijn geschikt voor gebruik via USB. ![]() De paarse PS/2 aansluiting voor het toetsenbord ![]() De DIN-aansluiting die vroeger voor toetsenborden gebruikt werd Voor elke wens een toetsenbord Draadloze toetsenborden Ook op het gebied van draadloos is de overeenkomst met muizen aanwezig. Meer en meer toetsenborden worden draadloos uitgevoerd, als antwoord op de wens van de consument. Bijna iedereen heeft genoeg van de kabels over het bureau. Bedrade toetsenborden zijn natuurlijk wat goedkoper, maar ook om andere redenen zijn er nog steeds mensen die bij een toetsenbord met draad zweren. Het vervangen van batterijen weegt voor niet iedereen op tegen het ontbreken van een draadje, en fervente gamers zweren vaak ook bij een bedraad toetsenbord, aangezien de reactie toch vaak een fractie sneller is. Voordelen - Geen kabels meer op het bureau - Meer bewegingsvrijheid Nadelen - Batterijgebruik ![]() Een draadloos toetsenbord (met extra multimediatoetsen) Ergonomische toetsenborden Om RSI te voorkomen zijn er speciale toetsenborden in de handel waarbij de handen in een wat gunstigere houding liggen ten opzichte van een doorsnee toetsenbord. De linkse helft van het toetsenbord is wat naar rechts gedraaid, terwijl de rechtse groep iets naar links gedraaid is. ![]() Een toetsenbord met ergonomische indeling Multimedia- en gamingtoetsenborden Zeker in het wat duurdere segment worden toetsenborden uitgerust met een scala aan extra knoppen. Onder deze knoppen kun je allerhande acties instellen, bijvoorbeeld het openen van een programma, website, of het aansturen van een mediaspeler. De nieuwste trend, ingezet door Logitech met het G15 toetsenbord is een toetsenbord met extra knoppen waaronder bepaalde macro’s kunnen worden ingesteld. Dat toetsenbord staat overigens bol van de snufjes, en het is afwachten hoe lang het duurt voor de overige fabrikanten ook komen met geïntegreerde LCD-schermpjes en macro-toetsen. ![]() Een toetsenbord voor gamers, met speciale macro-toetsen Er zijn ook speciale toetsenborden waar je verwisselbare toetsenvelden bij krijgt, al naar gelang het spel wat je wilt spelen kun je een toetsindeling plaatsen. ![]() USB Je ziet tegenwoordig geen moderne PC meer zonder USB-aansluitingen. Was het vroeger nog een mix van PS/2, seriële en parallelle poort, tegenwoordig worden ongeveer alle apparaten op USB aangesloten. USB (Universal Serial Bus) is tegenwoordig dé standaard voor wat betreft het aansluiten van randapparatuur. Zoals gezegd: de USB-poort vervangt in één klap drie oude standaarden. De seriële poort (met name voor muizen, voordat PS/2 opkwam) de parallelle poort (vooral voor printers en apparaten met veel dataoverdracht) en de PS/2 poort (voor muis en toetsenbord) hebben in USB een opvolger gevonden. De voordelen van USB zijn dat de snelheid flink hoger ligt dan bij de oude standaarden, dat er uit de USB-poort (een klein beetje) stroom komt, en dat fout aansluiten niet meer kan. Voor wat betreft die stroomvoorziening:"een USB 2.0 poort levert 500 milliampere bij 5 volt, niet genoeg voor de echte energievreters, maar voor een toetsenbord of muis prima. Snelheid Bij USB zijn er drie verschillende soorten; USB 1.0 - 1,5 Mbit/s (low speed) USB 1.1 - 12 Mbit/s (full speed) USB 2.0 - 480 Mbit/s plug & play (high speed) ![]() De meest bekende USB-stekker Firewire FireWire is net als USB ook een seriële aansluiting. Firewire vindt zijn oorsprong bij Apple, de firma die het in 1998 introduceerde, aanvankelijk als opvolger van SCSI. De strijd om marktaandeel werd destijds gewonnen door USB maar niettemin heeft FireWire zich een plekje verworven in de markt. FireWire wordt ook wel 'IEEE1394' genoemd, naar de instelling 'Institute of Electrical and Electronics Engineers' die alle ontwikkelingen vastlegt in standaarden. De standaard voor FireWire kreeg nummer 1394 mee... Snelheid Ook bij FireWire zijn er drie verschillende soorten; FireWire 400 (IEEE 1394): snelheid: 400 Mbit/s FireWire 800 (IEEE 1394b): snelheid: 800 Mbit/s FireWire NG (Next Generation):snelheid: 1,6 - 3,2 Gb/s ![]() Een FireWire-poort PCMCIA PCMCIA (wat staat voor: Personal Computer Memory Card International Association) is de naam van de organisatie die het welbekende gleufje voor notebooks heeft ontwikkeld. Hierin kunnen insteekkaarten worden geplaatst met verschillende functies, bijvoorbeeld een (draadloze) netwerkkaart, of een geluidskaart. De eerste generatie kaarten heet officieel PC-Card en gebruikt een 16-bits interface. Dat is tegenwoordig doorgaans niet meer toereikend en zodoende is een opvolger ontwikkeld die gebruik maakt van een 32-bits interface, de CardBus. Op dit moment wordt aan een nieuwe opvolger gewerkt die de naam ExpressCard draagt. Deze moet nog weer hogere overdrachtssnelheden gaan bieden. ![]() Een PCMCIA slot in de zijkant van een laptop Bluetooth Bluetooth is een technologie die het Zweedse bedrijf Ericsson heeft ontwikkeld, aanvankelijk met als doel draadloze communicatie tussen mobiele telefoons, maar Bluetooth wordt veel breder gebruikt, omdat het potentieel ervan veel groter is. Bluetooth werkt op een 2,4 GHz frequentie, en werkt over een afstand van 10 of 100 meter, afhankelijk van de zogenaamde klasse van je Bluetooth apparaat. De snelheid van Bluetooth ligt om en nabij de 1 Mb/sec. ![]() Een Bluetooth-dongle, de feitelijke zender ![]() VGA ![]() PS/2 toetsenbord / muis ![]() Seriële muis ![]() RS232 DB9 (Seriëel protocol) ![]() RS232 DB25 (Parallel protocol) ![]() Parallelle poort ![]() USB Type A/B ![]() Mini-USB Type B ![]() Firewire (IEEE 1394) ![]() |
| |
| | #5 (permalink) |
| Geregistreerd: 27 november 2004
Berichten: 4.782
| Nog even wat linkjes die onder de oude FAQ verzameld waren: Zeer uitgebreide tabel over processor-sockets (Internet Explorer only) Verschillende tabellen met zogenaamde BEEP-codes die je BIOS maakt als er iets niet klopt. Pagina met de pinout van Ethernet kabels. Link 1 en Link 2: Twee zeer uitgebreide Engelstalige pagina’s over de werking van geheugen. Zeer uitgebreide lijst met benchmarks van verschillende recente videokaarten. Uitgebreide informatiepagina over harddisks. |
| |
|
| Discussietools | |
Soortgelijke discussies | ||||
| Discussie | Auteur | Forum | Reacties | Laatste bericht |
| Hardware Junkies FAQ | Carpento | Hardware Junkies | 0 | 15-05-2006 16:51 |